VEESLA G
VAN DE
NEGEN EN ZESTIGSTE ALGEMEENE VERGADERING
VAN HET
KONINKLIJK NEDERLANDSCH AAKDEUKSKUNDIG GENOOTSCHAP.
Gehouden op 13 December 1893, in een der lokalen van het ge¬
nootschap „Natura Artis Magistra'' te Amsterdam.
De Voorzitter des Genootschaps, Prof. Dr. C. M. Kan, opende de
vergadering en deed de volgende mededeelingen:
In de eerste plaats, dat het Bestuur gemeend heeft te moeten be-
rusten, hoewel met groot leedwezen, in het besluit van den heer W. F.
Versteeg om, wegens zijn gevorderden leeftijd en andere redenen van
persoonlijk belang, het voorzitterschap neder te leggen.
De heer Versteeg toch is een der oprichters van het Genootschap,
heeft gedurende vele jaren als vice-voorzitter en als voorzitter deel uit-
gemaakt van het Bestuur en steeds zijne bijzondere zorgen gewijd aan
alles wat betrekking had op de voorbereiding en uitrusting van weten-
schappelijke expedities in Indie, terwijl hij 00k op kartographisch ge-
bied, met name in betrekking tot Nederlandsch Oost-Indie, groote ver-
diensten heeft. Als voorzitter wist hij de vergaderingen op uitnemende
wijze te leiden en in verschillende kringen belangstelling voor het stre-
ven des Genootschaps op te wekken. Het bestuur heeft hem dan 00k,
als een zichtbaar en blijvend bewijs van waardeering, het e'ere-lidmaat-
schap des Genootschaps aangeboden, hetwelfc door hem welwillend is
aanvaard; daarbij heeft de heer Versteeg te kennen gegeven dat hij
steeds bereid blijft, de belangen van het Genootschap naar zijn vermo-
gen te behartigen. De vergadering gaf, door levendige bijvalsbetuiging,
blijk van hare instemming met de waardeerende woorden des Voorzitters.
In verband met de aftreding van den heer Versteeg als voorzitter heb-
1