7
KORT VERSLAG OVER DE OPENBARE WERKEN IN 1892
DOOR
J. KUYPER.
Zoo spoedig mogelijk na de ontvangst van het belangrijk Officieel
Verslag aan de Koningin-Regentes zetten wij ons neder om het gewich-
tigste aan de lezers van dit Tijdschrift mede te deelen.
Wij mogen wel aanvangen met een juichtoon dat de natuur ons niet
a l'Americaine heeft behandeld; waren hier de stormen losgebroken die
nog onlangs de geheele oostkust der Vereenigde Staten teisterden en
iets later 2000 menschenlevens vernietigden in den omtrek van Nieuw-
Orleans, vermoedelijk ware dan niets van ons Nederlanders terecht
gekomen en drie kwart van ons land was dan in eene woeste slik- en
zandplaat hervormd. Gelukkig schijnen wij voor dergelijke aanvallen
van Aeolus verschoond te blijven, en dat de Alpen ook nogal op een
afstand van ons verrijzen is mede een groote zegen, want hoe kundig
en zorgvuldig onze waterbouwkundigen zijn, ze zouden alles en alien
aan het lot moeten overlaten, wanneer de zee een tiental meters werd
Opgezweept of onze groote rivieren aan de afwisseling van de beygstroo-
men onderworpen werden.
Integendeel mogen wij zeer tevreden zijn omtrent den gang van zaken
in dit opzicht; gedurende het geheele jaar 1892 baarde de rivierstand
bijzonder weinig zorg en buitengewoon hooge stormvloeden kwamen niet
voor, zoodat geene noemenswaardige schade aan rijkswerken werd geleden.
De scheepvaart ondervond op Waal en Rijn niettegenstaande de vrij
lage zomerstanden weinig belemmeringen; erger was dit op de Maas,
waar met name boven Venloo alle verkeer gedurende vier zomermaan-
den moest ophouden; slechts tweemaal trad deze rivier buiten haar
zomerbed en berokkende volstrekt geene schade. Ook het ijs leverde
bijna geen hinder op; eenig licit drijfijs van 20 tot 26 Januari en iets
krachtiger schollen na 27 December.