19
OVERZICHT
VAN HET
KLIMAAT DER NEDERLANDSCHE»00ST-1NDISCHE BEZ1TWEN,
DOOR
Dr. W. P. VAN VLIET Jr.
§ i.
Om het klimaat van een land nauwkeurig te leeren kennen zijn Meteo-
rologische waarnemingen, gedurende vele jaren, op geregelde tijden ge-
daan, noodzakelijk. Daaruit kan men gevolgtrekkingen afleiden, maar dan
eerst, wanneer de stations niet alleen veel in aantal, maar ook stelsel-
matig over het land verspreid zijn, wanneer daar op vastgestelde uren de
waarnemingen geschieden met geverifieerde werktuigen en wanneer die
waarnemingen over tal van jaren loopen.
Aan dezen eisch kan dus alleen in de beschaafde wereld, inzonderheid
in Europa, worden voldaan; waar geregeld bestuurde staten zijn, kan
men alleen verwachten dat het geheele gebied goed bekend zij. Niet in
ongeordende staten, niet in koloniaal gebied, dat vaak in het binnenland
nog terra incognita is, moet men dus een net van meteorologische stations
verwachten. Daarom zijn in onze Indische bezittingen de weerkundige
waarnemingen gering in aantal, en het kan niet wel anders. Immers van
de Groote Sunda-eilanden is Java alleen vrij goed bekend; de overige
zijn in het binnenland grootendeels nog zoo goed als geheel onbekend
—■ en van de kleinere eilanden in het Oosten van den Archipel gelegen,
kan men niet veel beters zeggen.
Wij kunnen dus voor de kennis van het klimaat niet putten uit bron-
nen, die ons geven, wat wij daartoe behoeven; toch is er, vooral in de
laatste jaren vooruitgang op dit gebied te bespeuren. Wat wij met weten-
schappelijke zekerheid omtrent het klimaat weten, hebben wij in de eerste
plaats te danken aan het Observatorium te Batavia, thans onder directie
|