85
DE JONGSTE ONDEKZOEKINGSTOCHTEN
DEB,
E1UNSCHEN IN WEST- EN NOOKD-AERIKA
EN HET DAAR1EDE BEOOGDE DOEL
DOOfi
W. F. VERSTEEG.
(Met Kaart JV°. I).
Het is geen onbekende zaak, dat, op enkele uitzonderingen na, tot
voor ongeveer twintig jaren de reizen in het zwarte Werelddeel den stempel
droegen van zuivere ontdekkingsreizen. Zij hadden ten doel voor de
aardrijkskundige wetenschap die weinig of in 't geheel niet bekende — wel-
licht beter gezegd niet meer bekende — Binnenlanden te ontsluiten,
de bij die gelegenheden meer en meer aan den dag komende gruwelen
van de jacht op en van den handel in negerslaven te ontsluieren en naar
aanleiding daarvan middelen te beramen, om deze menschonteerende
handelingen tegen te gaan. In efo woord , tot dat tijdstip stond daarbij
het wetenschappelijke en humaniteits doel in de hoofdzaak op den voorgrond.
Sedert is dat veranderd. De overproductie in de Europeesche en Ameri-
kaansche staten deed reikhalzend uitzien naar nieuwe wegen van uitvoer
en het scheen dat de Afrikaansche binnenlanden daarvoor een zeer gunstig,
een nog nagenoeg onontgonnen veld zouden aanbieden. Was het Enge-
land, dat zich in de eerste plaats daarvan de voordeelen trachtte te ver-
zekeren; weldra namen ook andere Europeesche Staten met name Frankrijk,
Belgie, Duitschland in niet onbelangrijke mate daaraan deel; terwijl ook
Italia en Oostenrijk, ofschoon dan ook op meer bescheiden schaal, zich
in dien wedstrijd gingen mengen en Nederland zijne, sedert 1857 aan
de boorden'van den beneden-Congo aangevangen, handelsbetrekkingen
voortzette en uitbreidde en ook op de Zuid-Oostkust in de van.ouds
onder Portugal sorteerende streken vruchtbare handelsrelatien aanknoopte.
Die omstandigheden werden op hare beurt weder de oorzaak, dat de