Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap (Tweede serie Deel XI pt. 1)

(Leiden :  E.J. Brill,  1888-1966.)

Tools


 

Jump to page:

Table of Contents

  Page 144  



144
 

NIEUWE   UITGAVEN.
 

  Wissensehaftliche Ergebnisse einer Forsohungsreise zur See, aus-

geftlhrt in  den  Jahren 1-891 und  1892,  von Dr.  Gerhard Schott, Erg,

H.  n°. 109 zu  Peterm.  Mitt. Gotha,  Perthes,  1893.  pr- 8 M-



       Het werk  bevat,  als  inleiding,  een overzicht  der  door den schrijver gedane

    zeereizen, met zeilschepen der reederij R. C. Rickmers te Bremen,  van Bremen

    om de Kaap  de Goede Hoop naar Singapore en van daar, met het Hamburgsche

    stoomschip "Oceana",  naar  Hongkong en Japan en  terug. In het eerste gedeelte

    wordt  vervolgens de  Hydrographie behandeld, nl. de  temperatuur van  het water

    aan  de oppervlakte  der  zee,  het soortelijk  gewicht en  het zoutgehalte van het

    zeewater, de  zeestroomingen en de golfbeweging. Het tweede  gedeelte is gewijd

    aan de  Maritieme Meteorologie en bevat beschouwingen over den aspiratie-psychro-

    meter van Assmanu, opmerkingen  over lucht-temperatuur en vochtigheid der lucht

    boven  de zee en eenige mededeelingen  over de bewegingsrichtingen der  wolken.

       Het  eigenaardige  van het werk bestaat vooreerst hierin dat de schrijver, die

    zich reeds sinds geruimen tijd met studien over oceanographie heeft beziggehouden1),

    er de resultaten in heeft  neergelegd zijner eigene  waarnemingen —gedaan op wat

    men zon kunnen  noemen, eene ontdekkingsreis  op den  Oceaan — in verband

    gebracht met  alles  wat tot dusverre over de oceanographie gepubliceerd was;  en

    verder in de  talrijke door hem ingestelde detail-studien op het  gebied der hydro¬

    graphie en der maritieme  meteorologie, welke hem gelegenheid  hebben gegeven

    de over  verschillende onderwerpen bestaande meeningen  en hypotheses te toetsen

    aan  de  feitelijk op bepaalde tijdstippen  door hem  waargenomene verschijnselen.

       Ten  einde  den lezer  eenig  inzicht te geven  in  de wijze, waarop Dr. Schott

    zich van zijne taak heeft gekweten, deelen wij hier eenige kantteekeningen mede,

    bij het  doorlezen van het werk gemaakt,  aangaande waarnemingen en opmerkin¬

    gen,  die  ons meer  in het  bijzonder hebben getroffen. Vooreerst de waarneming

    betreffende de  westelijke winden  en den  zeer lagen barometerstand  (p. 3) in het

    gebied der paardenbreedten, in November  1891,  toen men eerst op  24° N. Br.

    den eigenlijken passaat bereikte, tusschen de  Kanarische en de Kaap-Verdische

    eilanden. Het maxiraum-gebied van luchtdrukking bij de  Azoren  was toen — en

    is in de maanden van  October  tot December meermalen  — niet aanwezig of ligt

    zeer ver naar het Westen.  Er zijn dan op die breedten depressies, die zich  zuid-

    oostelijk over de Azoren,  meestal  in  de richting naar Madera, bewegen.  Merk-

    waardig  is het daarbij  dat de wind  soms bij zeer lagen luchtdruk zwak enver-
 

  1) Men  leze o. a. zijn opstel: Die Meeresstrdmungen und Temperaturverhaltnisse in

den ostasiatischen  Gewiissern. PM. 1891, p. 209, T. 15.
  Page 144