28l
VERSCHILLENDE MEDEDEELINGEN.
De Engelseh-Afghaansche Spoorweg 1).
(Met schetskaartje).
Ten westen van den Indus strekt zich een bergland uit, dat zich in het noorden
vereenigt met den Hindoe Koesj en Himalaya. Het scheidt de Indische Vlakte van
de centrale Afghaansche vallei, waarin men de steden Kaboel, Ghazni, Kandahar en
de woestijn van Beloedsjistan aantreft.
Reeds in de vroegste tijden trokken alle legers, die een inval in Indie waagden,
door de defile's van dit bergland.
Tegenwoordig vormt deze streek een der belangrijksto grensscheidingen van den aard-
bol, daar hier de twee mogendbeden samenkomen, die in Azie het overwieht hebben.
De gemiddelde breedte van dit gebied bedraagt 250 K.M. en de bergen bereiken er
eene hoogte van 3000 h 4500 M.
Wat aangaat de verschillende verkeerswegen, verdienen vooral die tusschen Kelat
en Pesjawer de bijzondere aandacht.
In 5t noorden beginnende heeft men de Khaibor- en Koerampassen, die bij de hoofd-
stad Kaboel samenkomen.
Meer zuidelijk treft men tusschen Dera-Isma'il-Khan en Ghazni, den Gomoelpasaan,
alsmede dien van Chutiali tusschen Dera-Ghazi-Khan en Kandahar In het Boridal.
Verder vindt men tusschen Sjikarpoer en Kandahar de passen van Harnai en Bolan ,
die zich scheiden te Sibi en weder samenkomen te Pishin, nabij Quetta.
Het Engelsche Gouvernement zag al dadelijk in dat een leger, hetwelk in Afgha¬
nistan wil ageeren, steeds zijne operatielijn moet nemen door een der voornoemde
engten. Is geen spoorweg ter bescbikking, dan worden voor den toevoer van munitie
en mondvoorraad, alsmede voor het vervoer van zieken en gekwetsten zeer groote
Convooien vereischt, die altijd tijdverlies met zich slepen en dikwijls hoogst noodlot-
tige gevolgen kunnen hebben.
Toen in 1878 de vijandelijkheden begonnen, bestonden de spoorwegen slechts op
papier. De Pendjab-lijn werd verlengd van Lahore naar Djhilam (het beginpunt van
den Koeramweg op 290 KM. van Pesjawer en op 418 KM. van Thai verwijderd), en
tevens besloot men tot den aanleg van bet gedeelte Djhilam—Pesjawer. De troepen-
afdeelingen, die tijdens de veldtochten van 1878—79—80 opereerden door de Khaibor-
en Koerampassen seheidden zich te Rawal-Pindi. Vandaar uit namen de convooien aan
den eenen kant hun' weg over Pesjawer en aan de andere zijde over Kohat en Thai.
1) Ontleend aan een opstel voorkomende in de "Revue Miliraire de FEtranger; Le
Chemin de Fer Anglo-Afghan", n°. 718.
19
|