3°7
VEKS LA G
VAN DE
ZEVENTIGSTE ALGEMEENE VERGADERING
VAN HET
KONINKLIJK NEDEKLANDSCH AARDKIJKSKUNDIG GENOOTSCHAP.
Gehouden op 3 Maart 1894, in een der lokalen van het genoot¬
schap „Natura Artis Magistra'' te Amsterdam.
Na opening der vergadering deelde de voorzitter, Prof. Dr. C. M. Kan,
kortelijk mede dat men met de voorhereiding der linguistische kaart
goed vordert, waartoe eene commissie is benoemd onder praesidium van
Prof. Dr. H. Kern, terwijl van wege de commissie voor de geologische
kaart een rapport is uitgebracht door den ingenieur Stieltjes. Op het voor¬
stel des Bestuurs aan den Minister van Kolonien, betreffende een in te
stellen onderzoek aan de Zuidkust van Nieuw-Guinea, is geantwoord dat
Z. E. daarover het gevoelen der Indische regeering zou vernemen.
Daarop, na het voorzitterschap tijdelijk overgedragen te hebben aan
den vice-voorzitter Prof. Dr. H. C. Rogge, gaf de heer Kan het volgende
overzicht van de politieke verdeeling Tan Nieuw-Guinea en den stand van
het onderzoek in de Nederlandsche en in de andere bezittingen 1).
De uitoefening van politiek gezag door Europeesche Mogendheden op
Nieuw-Guinea en het eigenlijk wetenschappelijk onderzoek van dat eiland
dateeren eerst van deze eeuw.
Natuurlijk was dit een gevolg van verschillende oorzaken: de afgezon-
derde ligging; het gering aantal bewoners van het reusachtige eiland; de
geringe behoeften dier inwoners (Papoea's), ook aan het verkeer met hunne
1) Hier wordt in hoofdzaak ternggegeven, >vat spreker, met het oog op den be-
schikbaren tijd, in zeer beknopten vorm in het midden bracht. Hij hoopt het gespro-
kene in een der volgende afleveringen van het tijdschrift nader toe te Iichten en door
de ter Vergadering aanwezige Schetskaart der voornaamste terreinen van onderzoek
op Nieuw-Guinea te verduidelijken.