333
VERSLAG
EENER REIS IN DE TIMORGROEP EN POLYNESIE
dooe,
Dr. HERMAN F. C. TEN KATE.
( Vervolg).
II. TIMOR.
i. Koepang en omgeving. — Amarasi.
Na een vaart van ongeveer 44 uren ankerde de kruisboot in den mor¬
gen van 1 Februari ter reede van Koepang (Vergel. I Elores, p. 207).
Van boord gezien herinnert het ouderwetsche stadje met zijn witte huizen
en roode pannen daken , gekoesterd door de heldere zon, aan een schil-
derij van Payen.
De eerste Europeaan, dien ik, evenals bij nagenoeg al mijn latere aan-
komsten te Koepang, zag, was natuurlijk de „koning" van Koepang,
de oude heer de Siso. Zonder deze is Koepang niet denkbaar, en zon¬
der Koepang kan men zich wederkeerig den heer de Siso niet voor-
stellen. Deze zeer bekende persoonlijkheid, van wie vele reizigers, zoo
wel vreemdelingen als Nederlanders gewag maken, was mij, bij mijn
herhaaldelijke verblijven te Koepang van veel dienst, Openlijk zij hem
daarvoor mijn dank betuigd.
Daar Koepang geen hotel bezit, namen we onzen intrek in een par-
ticuliere woning, gelegen aan het einde der stad, vlak bij de zoo vaak
door vroegere reizigers en zeevaafders beschreven en afgebeelde Chineesche
begraafplaats. Tegen een prijs, betrekkelijk veel hooger dan die welke
men in het eerste hotel te Batavia of Soerabaja betaalt, kwam ik hier en
pension. Koepang is dan ook de eenige plaats in de residentie Timor,
waar ik mijn kost en inwoning heb behoeven te betalen.
Om redenen bereids in de aanleiding genoemd, zie ik van een be¬
schrijving van Koepang en omstreken af, om mij tot een paar opmer-
kingen en bloote vermeldingen te bepalen.
23
|