39i
IETS OVEE DE BALTISCHE VOLKEN
door
C. C. UHLENBECK.
De groote Baltoslavische taalstam, die als het ware het midden houdt
tusschen de Arische en de Germaansche talen, heeft zich reeds lang voor
het begin onzer jaartelling in twee takken gesplitst, welke met de namen
Baltisch en Slavisch worden bestempeld. Het is moeilijk, zoo niet on-
mogelijk, met zekerheid te bepalen, in welken tijd deze splitsing heeft
plaats gehad: op wankele gegevens meent von Fierlinger*) te mogen
aannemen, dat de Balten en Slaven in de vijfde eeuw v. C. nog een
volk, d. w. z. nog een continuiteit van onderling nauw verwante stammen,
uitmaakten en dat de Weichsel toenmaals hun gebied van dat der Ger-
manen scheidde. In geen geval echter kan het aan twijfel onderhevig zijn,
dat de Baltoslaven van oudsher de oostelijke naburen der Germanen zijn
geweest en met hen voortdurend in aanraking zijn gebleven: hierdoor is
het te verklaren, dat het Baltisch en het Slavisch, vooral in hun woor-
denschat, z66 talrijke punten van overeenkomst met het Germaansch
vertoonen, dat de otidere taalgeleerden zich gerechtigd achtten van eene
Noord-Europeesche taalgroep te spreken, die zoowel het Baltoslavisch als
het Germaansch omvatte. Thans weten wij, dat deze voorstelling onjuist
is en dat het Baltoslavisch veeleer als de verbindende schakel moet wor¬
den beschouwd tusschen het Germaansch en de Arische talen, want
evenzeer als het met het Germaansch in woordenschat overeenstemt,
wijkt het in klankstelsel daarvan af. Het is opmerkelijk, dat het Baltisch
meer gelijkenis met het Germaansch heeft dan het Slavisch en eeniger-
mate de overgangsvorm tusschen beide kan worden genoemd, mits men
daarbij in het oog houde, dat het veel nader staat tot het Slavisch dan
tot onze taalgroep. Dit is in overeenstemming met de oorspronkelijke
woonplaatsen der Balten, welke na hunne scheiding van de Slaven het
gebied ten westen van deze innamen en dus tusschen de Slaven en Ger¬
manen woonden. Reeds v66r de groote volksverhuizing waren de Balten
in het hedendaagsche Litauen gevestigd en ten zuidoosten van hen strekten
1) Zeitschrift fur vergleichende sprachforschung, XXVII, 479 v.
|