413
GEOGRAPHISCHE REIZEN EN PUBLICATIES VAN
DEN LAATSTEN TIJD
DOOR
J. M. C. A. TIMMEEMAN.
Azie.
Oostelijk en Centraal-Azie.
In aansluiting aan het bericht betreffende de reis van Potanin , in den
vorigen jaargang van ons tijdschrift (p. 930), moeten wij thans mede-
deelen dat hij zijn plan tot het doen van ethnologische onderzoekingen
in Se-tsjoean heeft opgegeven, wegens het overlijden zijner echtgenoote,
die hem steeds op zijne tochten vergezelde. Berezofski heeft hem te
Tsing-toe-foe ontmoet en opnemingen gedaan in noordwestelijk Se-tsjoean;
te Choisjan, dat op 33° 46'N. B. en 1600 3'O. L. v. Gr. ligt, heeft hij
een meteorologisch station opgericht1).
Van de expeditie van Roborofski en Kozlof (vorig overzicht, p. 975)
zijn inmiddels nadere berichten ontvangen; zij zijn bij Karasjar over
de Groote Joeldoes-rivier getrokken en in noord-oostelijke richting door¬
gedrongen naar de inzinking van Loentsjoen, welke 305 m. beneden den
zeespiegel zou liggen. Zooals men weet (zie ons tijdschrift 1892, p. 980)
is de hoogte dier door de gebroeders Groem-Grzjimailo bezochte depres-
sie, volgens Von Tillo's berekening — 50 m., met eene mogelijke tout
van ± 25 m. Zij hebben belangrijke natuurhistorische verzamelingen ge¬
maakt 2).
Over de reizen van Bower en Thorold , Miss Taylor en Hedin is
reeds het een en ander gezegd in den vorigen jaargang (p. 1112). Ook
aan Rockhill , die voor de tweede maal beproefd heeft Lhassa te be¬
reiken (1892), is zulks niet gelukt3).
1) PM. 1893, p. 272. Vgl. ook het vorig overzicht 1892, p. 975.
2) PM. 1893, p. 21.
3) PM. 1893, p. 94.
28