Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap (Tweede serie Deel XI pt. 1)

(Leiden :  E.J. Brill,  1888-1966.)

Tools


 

Jump to page:

Table of Contents

  Page 439  



439
 

NIEUWE  UITGAVEN.
 

         Brenner, J. von, Besuch bei den Kannibalen  Sumatra's. Erste Durchquerung

           der unabhangigen  Batak-lande. Leo. Woerl,  Wiirzburg  1894.



   Uitgenoodigd tot  het geven  eener  bespreking  van bovengenoemd werk in  dit tijd¬

schrift, zou  het  voor  de  hand liggen dat wij  ons in hoofdzaak  tot het geographische

gedeelte  bepaalden, daarom wenschen  wij al dadelijk te verklaren,  dat  dit niet in  ons

plan ligt, doch dat wij integendeel juist  bij het ethnographiscbe gedeelte eenige oogen-

blikken wenschen stil te staan.  De reden hiervan is dat cerstgenoemd  overzicht reeds

vroeger, wijl het ook elders verscheen1),  werd  besproken en  het  bovendien uiterst

moeilijk  is,  de daarin te vinden  nieuwe aardrijkskundige  gegevens te  kontroleeren.

Een geograaf  zou  dit werk  wellicht  met vmcht kunnen  ter hand  nemen, doch wen-

schelijk zal het zijn,  dat alvorens daartoe wordt ov'ergegaan, het verschijnen der topo-

grafische kaart worde afgewacht, die,  zoo wij wel  zijn ingelicht,  binnenkort  mag wor¬

den  tegemoet gezien.   Om deze redenen vangen wij dan ook met het derde  hoofdstuk

van  den  derden "Abschmtt'" aan dat tot tital voert:  "Bevolkerung".

   Terecht  leidt de schrijver zijne mededeelingen in met de  opmerking,  dat de  Bataks

tot den westelijken tak van het Maleische ras  behooren  en dat  men hun  naam  Bataks

behoort te  schrijven, Men houde echter in het  oog dat deze  naam slechts  eencollectief-

naam is, die bij  ons burgerrecht verkreeg, doch die door de stammen , welke wij gewoon

zijn  onder  het  woord Bataks te  verstaan, als scheldwoord  wordt opgevat. Zij zelf noe¬

men zich naar den stam of het dorp waartoe zij behooren,  Vervolgens doet de schrij¬

ver opgave dor cijfers  verkregen door een aantal anthropologische  metingen, aan eenige

mannelijke zoowel  als vrouwelijke individuen  verricht,  om  daarop  eenige beschouwin¬

gen  te  laten  volgen  omtrent de vermoedclijke  oorzaak  waaraan het vorschil in huids¬

kleur,  dat tusschen de leden der verschillende stammen  bestaat, moet  worden toege-

scbreven. Een paar inlandsehe verbalen, die dit feit zoeken te vcrklaren, worden hierbij

ingelascht,  maar eene afdoende  reden  vermag de  schrijver  niet  te geven.  Daarna

gaat hij over tot de mutilatien waaraan de Bataks enkele  deelen  van hun lichaam  on-

derweipen,  als:  het  vijlen  der tanden,  de  besnijdenis  enz. om hieraanvolgend hunne

psychische  en  pbysieke eigenschappen alsmede de kwalen,  die hen nu en dan of  wel

als endemische ziektcn teisteren, te behandelen. Door volledigheid raunten die opgaven

echter  niet  uit. Anders is  dit  met de  beschrijving van  de indeeling  der Bataks in

stammen,  bcpaaldelijk van  die  der  Oostkust; jammer genoeg is het uitgangspunt eene

onjuiste voorstelling der  zaak.  -Die Batak", aldus heet het, «zerfa!len  in fiinf grosse

HauptstiLmme:■ die Karo, Toba, Timor,  Raja und  Pakpak".  Dit  is ten  eenenmale  on¬

juist. Naar stammen ingedeeld is hun  aantal veel  grooter,  doch  het  best  doet men  hen
 

1) Mitteilungen  Geographische Gesellschaft  in  Wien,  XXXIII,  5—6.
  Page 439