443
VERSLAG
VAN DE
EEN EN ZEVENTIGSTE
ALGEMEENE VERGADERING
VAN HET
KONINKLIJK NBDE'rlLANDSCH AARDRIJKSKUNDIG GENOOTSCHAP.
Gehouden op 28 April .1894, in een der lokalen van het genoot¬
schap „Natura Artis Magistra"' te Amsterdam.
De Voorzitter, Prof. Dr. C. M. Kan, deelde, na opening der verga¬
dering, mede, dat het Bestuur tot dusver bezwaar heeft gehad tegen de
benoeming van leden omdat het Genootschap, in de eerste jaren van
zijn bestaan, nog niet genoeg gedaan had om zulk eene benoeming als
eene onderscheiding te doen aanmerken. Thans na een twintigjarig be¬
staan , waarin het Genootschap kan terugzien op veel wat het tot stand
bracht, is dat anders geworden en heeft het Bestuur besloten jaarlijks tot
leden te benoemen een zeker aantal personen, die belangstelling betoond
hebben in de geographie in het algemeen of in het wetenschappelijk on¬
derzoek van Nederland en zijne kolonien, of wel die door ondersteuning
van wetenschappelijke onderzoekingen, of door hun ambt of beroep daar¬
voor meer in het bijzonder in aanmerking komen. Spreker noemde daarop
de personen, welke ditmaal tot leden benoemd zijn en wier namen in
het hier achter volgende verslag van den Secretaris te vinden zijn.
Daarop had de verkiezing der bestuursleden plaats. Aftredende leden
waren de heeren: F. de Bas, Prof. Dr. J. J. M. de Groot, Prof. Dr. C.
M. Kan (herkiesbaar), Dr. C. Kerbert, J. Kuyper en J. JE. C. A. Tim-
merman (herkiesbaar), alien gekozen op 26 Maart 1891, alsmede de hee¬
ren Prof. Dr. S. A. Naber en Prof. Dr. P. A. van der Lith, resp. ge¬
kozen op 30 April 1892 en 29 April 1893, ter vervulling van tusschen-
tijds ontstane vacatures. De volgende drietallen waren alphabetisch opge-
maakt; 1. Dr. H. Blink, H. Bouman en J. F. Niermeyer; 2. F. S. A. de
Clercq, C. A. Eckstein en Prof. Dr. C. A. Pekelharing; 3. Prof. Dr. C,
|